Koninklijke Belgische Federatie van Kanarieliefhebbers

HOE HET BEGON

 

Juist zoals het heden ten dage nog het geval is kwamen rond het einde van de vorige eeuw en zeker ook reeds vroeger, meerders kanarievogelliefhebbers regelmatig naar de zondagse vogelmarkten. Bijzonder de Antwerpse vogelmarkt had en heeft nog wekelijks haar getrouwen. Natuurlijk werd daar door de liefheb-bers over de kanaries en hun wondertonen gesproken en…gebluft. Bij slecht weder gingen die gesprekken verder in de rond de markt liggende lokalen en bij pot en pint werden de ongelooflijkste versies over hun nachtegalen ten gehore gebracht. De ene daagde de andere eens uit te komen luisteren en zo kwam men reeds tot de eerste competities zonder dat dit eigenlijk de bedoeling was. Daar men het natuurlijk onderling niet eens geraakte over de waarde van de af te luisteren vogels werd beroep gedaan op een “kenner”., gewoonlijk een oudere liefhebber die juist door zijn ervaring kon uitmaken welke vogel volgens hem het meeste waarde had. Normen waren er toen nog niet, maar het duurde niet lang meer of de liefhebbers kwamen regelmatig bijeen in hun stamcafé om over de kanaries te praten.
Zo spraken ze dan af om op latere datum terug bijeen te komen, natuurlijk om thuis een reden te kunnen opgeven om op café te gaan… maar toch werden op deze wijze hier en daar de eerste kanarieverenigingen gesticht. De harzerliefhebbers stonden rond die tijd al heel wat verder want ook in het buitenland, vooral dan in Duitsland, werden de verspreide verenigingen in grote bonden verenigd.

 

In 1883 ontstond de vereniging “Hoop in de Toekomst” te Antwerpen. Enkele jaren daarna de vereniging “De Bekroonde Vogel” te Borgerhout. Meerdere verenigingen zagen die tijd het daglicht en verenigden zich ook in grotere bonden. Doel was het houden en kweken van de kanarievogels te bevorderen en hun gezang te verbeteren.

 

In 1903 werd er een begin gemaakt om de toenmalige bestaande Vrije Bond en Oude Bond in één Belgische Federatie te verenigen. Aanvankelijk werden onderhandelingen gevoerd tussen de reeds bestaande Harzer-bond en Postuurverenigingen. Na eindeloze discussies en palabers, werd er op een met veel moeite bijeen gebrachte gezamenlijke vergadering, met de reeds vernoemde verenigingen een voorstel tot samensmelting ingediend. Niet één der aanwezige verenigingen wilden van zijn stamnaam (zoals ze het toen noemden) afgaan. De Harzes wilden hun naam vooruit hebben en zo de andere natuurlijk ook. Als tussenvoorstel werd besloten tijdelijk de naam van Belgische Federatie van Kanarieliefhebbers aan te nemen. Deze naam kon eenieder bevallen, noch de harzes, noch de postuurkanaries, noch de waterslagers werden op deze wijze voor of achteruit gezet. Besloten werd ook dat ieder zijn eigen meester bleef voor wat het huishoudelijk reglement betrof.

 

Ondertussen werd het kerstmis 1905 toen eindelijk in gezamenlijk overleg met al de bestaande kanarie-groepen van Antwerpen en omliggende overgegaan werd tot het stichten van de Belgische Federatie van Kanariekwekers met als zetel Antwerpen. De stichting mocht als een voldongen feit beschouwd worden. Het eerste bestuur werd samengesteld en de statuten opgesteld. De personen welke hun beste krachten tot het verwezenlijken van deze samensmelting inspanden waren de heren Van de Voorde en Collet, afgevaardig-den van de Vrije Bond enerzijds en de H.H. Aug. Verbruggen en onze betreurde vriend de heer Henri Thijs, die we terecht steeds “ de vader der Belgische Federatie” genoemd hebben. Deze vier mogen aanzien wor-den als de grote bewerkers en stichters van onze federatie.
Er zijn natuurlijk nog andere grote liefhebbers welke wij gekend hebben en die daadwerkelijk medegewerkt hebben tot de stichting of een groot maken van onze Belgische Federatie. We noemen in de eerste plaats de H.H. August Van Gestel, Florent Michiels en Jaak Ebbenie. Onze oudste leden zullen zich deze personen nog goed herinneren.

 

1905 Het eerste bestuur van de Belgische Federatie bestond uit:
-voorzitter H. THIJS
-ondervoorzitter J. Van de Voorde
-1ste schrijver B. Peleman
-2de schrijver O. Van Loverbosch
-penningmeester Ach. Somers
-commissarissen Fr. Van der Steen, Aug. Van Gestel, Ach. De Donder, Aug. Verbrugge, M. Pluim, Ach. Snepvangers

 

DE GROTE START

Van bij de stichting was het doel van de Belgische Federatie alle kanarieliefhebbers te verenigen
in grote representatieve bond en zo alle geschillen en naijver uit te sluiten. De kanarievogelliefhebberij te bevorderen en de zang te veredelen.
In 1930, ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan, lezen we in de “Belgische Waterslager” wat volgt:

KANARIELIEFHEBBERS,
Laat U allen inschrijven als lid der Belgische Federatie. Daar alleen is de plaats van alle waterslagerliefhebbers . Daar alleen leert men zijn zang in zijn werkelijke waarde kennen. Daar alleen leert men U methodisch vogels telen. Daar alleen heeft men een keurstelsel hetwelk volledig voldoet aan de eisen van de tegenwoordige zang.

Wat is tot heden reeds het werk van de Belgische Federatie en wat is door haar tot stand gebracht? (1930)
Het spelen in gesloten kooien in plaats van open, alleen aan de muur opgehangen. Het verplichtend ringen in plaats van de vervalste cachetten. Het inrichten van een keurdersclub met puntenstelsel, hetwelk niet één sportman nog zou willen missen.
Het bekwamen van keurmeesters. Het niet meer toelaten van ongediplomeerde keurders…Het maken van grote publiciteit van onze sport, waardoor onze vogels bekend worden bij het publiek. Het inrichten van het éne geldige Kampioenschap van België. Het inrichten van het stamspelen. Het inrichten van het Derbykam-pioenschap. Het afschaffen van het spelen met aangekochte vogels tussen de eigen-teelt-vogels en ten slotte het stichten van ons eigen blad “De Belgische Waterslager” dat geroepen is om ieder onwetende liefheb-ber van alles wat onze sport aanbelangt bij te brengen en dat geen enkel lid nog zou willen missen…

Brengen we eerst in herinnering dat in 1910 op 1 mei in het lokaal Syndikaat voor Handel en Nijverheid overgegaan werd tot het onderling examineren van de eerste keurmeesters van Belgische Waterslagers en er een eerste officiële keurscala werd opgesteld.
Voor dit examen dat dus te Antwerpen doorging hadden zich 17 gekende liefhebbers aangeboden.Hoe ging men nu te werk om te weten wie het meest van de zang van de waterslager afwist. Op zéér elementaire wij-ze, t.z. door de methode van vergelijking namen de kandidaten mekaars examen af. 9 liefhebbers wier be-oordeling ongeveer gelijk was over de ten gehore gebrachte vogels werden tot keurder gepromoveerd.
Ze diplomeerden om zo te zeggen de ene de andere, bij gebrek aan een deskundige jury. Toen was de kern gevormd die zou zorgen voor de verdere opleiding van kandidaat keurders. Eén dezer eerste gediplomeer-den was onze gekende heer Henri Thys, medestichter van de Belgische Federatie en 31 jaar voorzitter van de Belgische Federatie, medestichter der eerste keurdervereniging in 1925, stichter van ons geliefd blad “ De Belgische Waterslager” in 1928 en lange jaren hoofdopsteller.

Toen in 1910 de eerste keurders gediplomeerd werden, werd overgegaan tot het opstellen der eerste keurscala voor waterslagers. Voorheen werd gewoon op het gehoor en zich aangeduid welke vogel de beste was, welke de tweede, enz…gewoonlijk in een lokaal al de vogels aan de muur gehangen naast elkaar en boven elkaar in verschillende rijen. Men begrijpt dat dit een tijd was van willekeur en verkeerdheden( om het kwaad niet bij zijn ware naam te noemen) hoeft geen betoog.
Nu zou er eindelijk eens gekeurd worden op een wijze dat elke liefhebber kon nagaan wat zijn vogels aan tonen brachten. Niet alleen de zware vogels zouden geprimeerd worden, alles wat de vogels aan tonen bracht zou op papier komen. Nu kon ook de gewone liefhebber de zang leren. Het kon nu niet meer volstaan als vroeger “wie tijd heeft kan keuren”. De keurstaten zouden nu bewijzen of ze werkelijk de zang verston-den en het eens waren in de benaming van de toeren en slagen.


We zullen onze eerste keurscala vanuit die dagen even voorleggen. Zo zullen de kwekers, die denken dat bij ons het hekken aan de oude stijl blijft hangen, er wel een ander gedacht over krijgen…(uit het eerste num-mer van “De Belgische Waterslager, 1928):
Klokkende Waterslag: 5 punten
Bollende Waterslag 4 punten
Rollende Waterslag 3 punten
Woten, Soeten, Tjonken, Chorr, Knor, Bellen, Fluiten, Fluitenrol, Tjok en Lachtoon alle waren met 3 pun-ten bedeeld. Van Belrol was er op de scala geen sprake. Overzicht ( de huidige indruk) 10 (tien) punten. Negatieve tonen aller aard tot en met 5 punten aftrek.

 

U ziet beste lezer, die tonen (hoofdtonen) waren niet met teveel punten beloond. Toch brachten de vogels het wel tot 75 punten wat een Ereprijs betekende. Het moet U wel opvallen hoe vrijgevig met Indruk omgesprongen werd, tot 10 punten.
Daar moesten zogenaamd alle bijbedelingen ondergebracht worden, zoals b.v. herhalingen van sommige hoofdtonen (bijzonder de waterslag) diepte van de zang, ononderbroken doorzingen, klankbeeld (nachte-gaalaccent).Alle gebreken waaraan deze eerste scala mank ging diende hersteld te worden en uit die 10 punten overzicht gehaald te worden.
Het toekennen van deze 10 punten gaf dan ook, zoals te verwachten was, het eerst aanleiding tot kritiek en deze was gewettigd en gegrond. Vanaf 51 punten was de uiterste grens tot het behalen van en derde prijs. Een hoogtegrens werd niet gesteld, men kon toch nooit weten, nu een begin gemaakt werd tot modernise-ring van de zang van de Belgische Waterslager, hoeveel toeren er nog in het lied zouden bijkomen,minder nog hoe ver een vogel het wel kon brengen in de toekomst. Wij allen weten dat onze vogels van vele tonen er meer dan één soort kan brengen. Met de eerste keurscala konden alleen de beste tonen in aanmerking komen, al de andere werden naar indruk verwezen. Neem nu maar de bellen, fluiten of staaltonen. Met max. 3 punten kon de variatie in die toeren niet tot zijn recht komen.

Besloten werd dan maar aan de scala die wijzigingen aan te brengen welke door de keurders noodzakelijk werden geacht. De driedeelbaarheid was toen reeds een algemene gedachte. De gediplomeerde keurdermeesters, in overeenstemming met de leden, brachten na lange beraadslagingen en onderzoek de wijzigingen aan welke onze keurscala zéér dicht bij die van de W.B. bracht.
De drie verschillende waterslagen werden in een kolom gebracht tot 15 punten. Voor iedere waterslag door de vogel in herhaling gebracht of meer dan één soort ten gehore gebracht (denk aan golvende, slagende e, bellende klokkende waterslag) werd ruim gelegenheid gegeven die te belonen. Het overzicht van 10 punten was verdwenen wat een grote vooruitgang betrof, bijzonder wat de betrouwbaarheid van de keuring aan-ging.
Nog wou het niet vlotten en later werd een nieuwe verandering aangebracht die ons ongeveer de huidige keurscala bracht.
Alleen vinden we daar de waterschokkel afzonderlijk bedeeld met 6 punten, wat wel een bewijs stelt dat in die tijd hoge waarde aan deze toer werd gehecht. Woeten waren er ook niet meer op vermeld. De huidige keurscala, opgesteld te Antwerpen in het lokaal “Nieuwe Carnot” in de jaren 1954 of 1955 in opdracht van de toenmalige C.I.C.-wereldbond, door onze K.B.F.K.-keurders en de Nederlandse en Franse collega’s en thans internationaal aangenomen en in gebruik, schenkt ons alleen voldoening al zal ze natuurlijk niet vol-maakt te noemen zijn.

In 1903 eerste kontaktname tussen de bestaande verenigingen en bonden.
In 1905 officiële stichting van de Belgische Federatie te Antwerpen.
In 1910 worden de eerste keurders gediplomeerd.
In 1925 stichting van de eerste keurmeestervereniging.
In 1927 stichting van ons eigen blad “De Belgische Waterslager”.
In 1930 viering van het 25-jarig bestaan (groot banket en jubelwedstrijd).
In 1931 stichting postuurkanarieafdeling.

MOEILIJKE TIJDEN

Tijdens de oorlogsjaren wordt de Belgische Federatie in het leven gehouden door enkele échte liefhebbers, die ondanks de grote moeilijkheden het toch nog aandurfden de Belgische Federatie te besturen en zelfs een wedstrijd in te richten. Op gevaar van kritiek en tegenspraak durven we hier enkele namen vernoemen van liefhebbers die het mogelijk hebben gemaakt dat de Belgische Federatie direct na de oorlog terug van wal kon steken in al haar afdelingen. Zij hadden er immers voor gezorgd enkele goede vogels over te houden. Niettegenstaande de grootste opofferingen waren de beste stammen verdwenen en moest men omzeggens opnieuw beginnen.
Enkele ware liefhebbers van de Belgische Federatie hielden echter het roer in handen en zorgden er voor dat onze liefhebberij leefbaar bleef. Nemen we hier op de eerste plaats de heer Jules Janssens, schatbewaarder, de heer Schellen, zijn voorganger. De heer Van Wassenhove, voorzitter sinds juni 1939 na het ontslag van de heer H. Thijs. De heer Jos Deynkens, voorzitter na de heer Van Wassenhove. Verder durven wij nog enkele namen noemen van leden die reeds van voor de oorlog trouw lid zijn van de Belgische Federatie. De heer Victor Verecken van de vereniging “Hoop in de Toekomst”(samen met de heren Jules Jans-sens en H. Rosseau). In de ledenlijst van 1939 vinden we nog enkele gekende namen terug t.z. de heer Jos Campers, de heer Jef Vos, de heer Frans Van Hees uit Merksplas samen met zijn medeleden Félix Van Dyck en J. Bols. Vanzelfsprekend zijn er nog meerdere leden die zich al van voor de oorlog verdienstelijk heb-ben gemaakt voor de K.B.F.K.. Aan allen onze oprechte dank en de uitdrukking van onze gemeende waardering.

DE HEROPBLOEI

Na de oorlog kent onze Belgische Federatie een grote heropbloei.


In 1952 is de Belgische Federatie medestichter van de Internationale Bond (afd. Waterslagers) te Utrecht de C.I.C. (de latere C.O.M.). De heer Jos Deynkens, voorzitter, Nico Nieuwenhuysen, adviseur van de Bel-gische Federatie en Henri Rosseau, secretaris nemen in naam van de Belgische Federatie aan de stich-tingsvergadering deel.


In 1953 wordt ook het wereldkampioenschap te Utrecht gehouden, dankzij de Belgische Federatie ook voor waterslagers. De heer P. Delbaen was de eerste Belgische keurder die een wereldkampioenschap te keuren kreeg.


In 1954 wereldkampioenschap te Antwerpen. Een lid van de Belgische Federatie behaalde de hoogste pun-ten.


In 1955 wereldkampioen schap te Tourcoing. De K.B.F. zegevierend uit de wereldkampioenschappen. De viering der feestelijkheden bij het 50 jarig bestaan wordt nog meer luister bijgezet daar onze K.B.F. intus-sen koninklijk werd benoemd.
De K.B.F.K. is medestichtster van de Belgische Ornithologische Unie en haar voorzitter dhr. Jos Deync-kens wordt secretaris van deze B.O.U.


In 1975 organiseerde de Koninklijke Mechelse Kanarie het wereldkampioenschap.


In 1980 vierde de K.B.F.K. haar 75-jarig bestaan. De Grobbendonkse Waterslager richtte toen een jubileumwedstrijd in met internationale allures.
In het gesloten stelsel werden er 1009 vogels ingebracht door 184 liefhebbers. In het open stelsel werden 464.vogels door 113 liefhebbers ingebracht waaronder 64 lief-hebbers van de K.N.B.B., 5 liefhebbers uit Frankrijk, 2 liefhebbers uit Holland, 1 liefhebber uit Yougoslavië en 41 liefhebbers van onze eigen K.B.F.K.


Verder blijft onze federatie zich beijveren tot het opleiden van nieuwe keurmeesters door het inrichten van zanglessen en keurdersexamen en is en blijft: De vooraanstaande Federatie van waterslagerkwekers, waar ieder rechtzinnig liefhebber zich op zijn plaats voelt. De K.B.F.K. blijft “open” voor ieder die het oprecht meent met de waterslager. Zij stelt zich steeds tot doel de waterslagersport te dienen en blijk gevend van de culturele taak die ze te vervullen heeft.


Nu, 2005
, blikt ze thans fier terug op de 100 jaar die achter haar liggen met al zijn moeilijke perioden, maar vooral met zijn aangename en vruchtdragende hoogtepunten. Laat ons hopen dat bij de gelegenheid van dit herdenken van de stichting, nu 100 jaar geleden, vele liefhebbers, die door spijtige misverstanden, onze rangen hebben verlaten, terug de weg mogen vinden naar de K.B.F.K. die ze, ondanks de mogelijke miskenning, nog steeds in hun hart dragen.
Mag deze feestelijke viering de gelegenheid zijn van de uiteindelijke verbroedering tussen alle waterslagersbonden, die allen maar één doel hebben, t.z. de verspreiding van onze waterslagersliefhebberij en de verdere veredeling van het waterslagerslied.
Ik ben er rotsvast van overtuigd dat we met de inzet en de creativiteit van ieder ervoor zullen zorgen dat de K.B.F.K. in al zijn geledingen zijn voortrekkersrol binnen de ornithologische wereld en voornamelijk voor onze waterslager zal waarmaken.

Aan de Koninklijke Belgische Federatie van Kanariehebbers wordt verder nog alle heil toegewenst.

-